Hegel

De geschiedenis van de wijsbegeerte heeft het met het eeuwige te doen. Haar arbeid is niet als die van Penelope, die s'nachts het weefsel van de dag uitrafelde. Het moment der waarheid, dat elk stelsel bezit, komt in latere wereldbeschouwingen minder eenzijdig geaccentueerd en in ruimer verband opnieuw voor de dag. Hegel beschouwt zijn eigen stelsel als de synthese van alle voorafgaande partiële waarheden. Doordat hij de wijsbegeerte tot een zichzelve bewijzende wetenschap heeft verheven, bergt zij in zich het blijvende van alle voorafgaande eenzijdige filosofieën. De werken van de wijsgeren verstaat men alleen, wanneer men het ware, volledige begrip heeft, gelijk Hegel dit heeft ontvouwd. De geschiedenis van het Europese denken begint met het begin, dat arm aan inhoud is en eindigt met Hegels eigen filosofie; het is de historische illustratie van de gang der ontwikkeling, die in zijn logica van het onbepaalde zijn tenslotte tot de alomvattende idee leidt. Van het meestabstracte tot het meest concrete. De eenzijdigheid van een stelsel wordt door de tegengestelde eenzijdigheid van een ander bestreden en verdrongen totdat een synthese beide gedeeltelijke waarheden in een hogere eenheid samenvat. Maar elke filosofie is tegelijk ook de uitdrukking van het algemene geestelijke leven van de tijd, waarin zij te voorschijn treedt; met de wijsgerige zelfkennis besluit elke periode haar ontwikkeling.

'Als de filosofie haar grijs op grijs schildert, dat is een gestalte van leven oud geworden en met grijs op grijs kan men niet jong maken, alleen maar leren kennen; de uil van Minerva begint pas met de invallende schemering haar vlucht.'

Deze pagina's zijn gemaakt door
ibiz webdesign ©
contact@ibizweb.nl