De Griekse filosoof Parmenides beschrijft in zijn gedicht Over de natuur dat het algemene Zijn anarchos is, dat wil zeggen zonder begin. Tevens stelt hij dat denken en het algemene zijn hetzelfde is. Herakleitos wijst op de zelfbesturende kosmische logos. Deze logische zienswijzen vinden hun doordenking en hoogtepunt in de hegeliaanse filosofie. Reeds Xenophanes had al verkondigd dat het Al ofwel de wereld, gegrond is in het eeuwig onveranderlijke Zijn. In de spreuk van Anaximandros, waaraan Heidegger een studie heeft gewijd, vinden we de gedachte dat: 'uit het onbepaald-onbegrensde (apeiron) steeds weer nieuwe werelden ontstaan en daarin weer terugkeren'. Bij Aristoteles wordt het begrip anarchos kosmos weer aan de orde gesteld. De eeuwige kosmos wordt begrepen als een sieraad waarin het begrip schoonheid tot uitdrukking komt. In de hegeliaanse filosofie is sprake van een universeel bewustzijns- en ontwikkelingsproces. Uiteindelijk zullen de inhoudelijke waarheid en schoonheid omtrent het 'oerbegin' als gegeven, aan het einde van de culturele ontwikkeling van de geschiedenis in gekende waarheid samenvallen. Het universele bewustzijnsproces is namelijk dialectisch en speculatief geaccentueerd. In het algemeen cultureel-fenomelogische bewustzijn van de mensheid weerspiegelt (speculum) het algemene Zijn of werkelijkheid begripsmatig in zichzelf en ontleent daaraan haar realiteit. Hegel spreekt in deze van een kristal-lijnenspel van begrippen en de reflexieve List der Rede. Het tot werkelijk begrip gekomen zelfwerkzame bewustzijn karakteriseert hij als de reflexieve absolute geest, die in de praxis (anarchisme) tot uitdrukking komt. In anarchos, begrepen als aanvangsloze zelfwerkzaamheid, herkennen we het anarchistisch principe dat zich uiteindelijk cultureel-fenomenologisch zal manifesteren in het spirituele anarchisme. 'Het rijk van de geest, dat is het rijk van de vrijheid', aldus Hegel. |
Deze pagina's zijn gemaakt door
ibiz webdesign ©
contact@ibizweb.nl