Sleutel Tot Het Leven




Animisme

De culturele ontwikkelingen in de loop van de geschiedenis tekenen zich af in vormen van bewustzijnsgesteldheden, die ook wel de geest van de tijd worden genoemd. Uit de aanvankelijke natuurreligie kennen we de animistische periode. Daarin wordt de natuur en de kosmos als bezield ervaren, waaruit voortvloeien religieus mythologische voorstellingen, waarin de bezieling concretiseert en wordt uitgebeeld in natuurlijke en dierlijke figuren. Tevens wordt de aanvankelijk goddelijk gedachte bezieling van het heel-al geënt op concrete vormen van menselijke gestalten. Deze goddelijke gestalten zijn in de antieke beeldhouwkunst tot ons gekomen en liggen ten grondslag aan de beeldenverering in de diverse godsdiensten.

In de oudheid speelt reeds de filosofische gedachte dat de macrokosmos, ofwel het heelal, zich weerspiegelt in de microkosmos, met name de natuur ofwel het menselijk bewustzijn. Van de Chaldese sterrenkundigen is de uitspraak: 'Zoals het boven gaat, zo gaat het ook beneden.' Een simpel voorbeeld van deze gedachte in het practische leven is het volgende: uitgaande van de stand van de zon en de sterrenbeelden, met name de dierenriem, zijn in de loop van het jaar de seizoenen af te lezen.

De sleutel

Door de mythologische Priaposfiguur, kenbaar aan zijn horens en bokkenpoten, wordt in het animistische denken aanschouwelijk gestalte gegeven. Hij is enerzijds getekend als de zoon van Dionysos en de gouden Aphrodite, maar is anderzijds begrepen als het bevruchtende beginsel. Hij wordt veelal ook alleen voorgesteld als de opgerichte mannelijke roede. In overdrachtelijke zin wordt hier ons inziens intuïtief uitdrukking gegeven aan de opstanding en de wedergeboorte van de natuur. Op het Griekse eiland Delos staan de resten van fallische sculpturen. Dat zijn opgerichte penissen, al of niet gehavend, geplaatst op voetstukken die versierd zijn met reliëfs. In hun boek Eros in Griekenland vestigen de schrijvers, met name John Boardman, lector in de archeologie van de Oudheid, Eugenio La Rocca, beschrijver van de kunstwerken en Antonia Mulas, de fotografe van de afbeeldingen, in verband met Priapos de aandacht op de Eleusische mysteriën, met als middelpunt de aardse moedergodin Demeter en haar dochter Persephone en de daarmee verbonden vruchtbaarheidscultus. In Eros in Pompeji wijst de hoogleraar Michael Grant erop dat Priapos ook wel wordt vereenzelvigd met de Griekse god Pan.

Ook de figuur Dionysos speelt hierin een rol van betekenis. Hij wordt met Demeter in betrekking gebracht in een vorm van een heilig huwelijk. Te wijzen is hier op de doorwrochte studie van B.J. van der Zuylen: Mysteriën en inwijdingen in de oudheid. Tussen Dionysos, de dood en het leven spelen ingewikkelde relaties, waarmee ook Plato zich in zijn werken heeft bezighouden. Gedood door de Titanen wordt het kind Dionysos door bemiddeling van Zeus opnieuw geboren.

Dionysos staat symbool voor de onsterfelijkheid. In hun tweedelige publicatie Bacchus (Dionysos) gaan de schrijvers J.D.P. Warners en L.Ph. Rank uitgebreid in op de inhoudelijke betekenis van deze mythische figuur. Als eerstgeborene wordt Dionysos geïdentificeerd met het androgyne oerwezen Phanes: de tijdloze schepper van alles wat bestaat. Hij is zowel de gedode als de weer herrezen god of natuur. Tekenend is de eeuwigdurende jeugd die wordt begrepen als de wereldziel. Als wijngod wordt hij ook wel de Liber pater genoemd, omdat de wijn de geesten vrij maakt. Tevens wordt hij vergeleken met de bijbelse figuur Mozes en de Egyptische doden God Osiris. Zo is er een aanwijsbare overeenkomst tussen heidense dichters en de schrijvers van de Bijbel. In Bacchus prefigureert zich de latere Christusfiguur die ook met wijn en sterven wordt geassocieerd. De katholieke rituelen weerspiegelen de oude mysteriën.

Merken wij hier op dat tot de oudste animistische symbolen die werden, en nog worden, vereerd de mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen behoren. In het hindoeïsme is deze verering van de eenheid van de lingam en de yoni bewaard gebleven en vormt nog steeds het hoofdbestanddeel waarom het in de eredienst draait. Het overgieten met melk symboliseert het orgasme ofwel extase dat tevens het tijdloze, het eeuwige, aangeeft. Het is de goddelijke Shiva die in de hindoe-mythen in de vorm van de opgerichte lingam (fallus) de eeuwige herhaling van het zijn en niet-zijn verbeeldt.

Ook in de Egyptische mythe van Isis, Osiris en hun zonen Horus en Seth speelt de gedachte van de wedergeboorte. Onmiskenbaar is er een verband met een fallische zinnebeeldgeving. De Griekse geschiedschrijver Plutarchus (±46-120 noj.) verhaalt over Osiris, de god van leven en dood het volgende: Osiris wordt door de fatalistische Seth in een kist gelokt en drijft al stervende op de Nijl naar Byblos, om aldaar te worden gevonden door zijn zus en gemalin Isis. Tijdens haar afwezigheid snijdt Seth het lijk in 14 stukken. Isis die bij haar terugkomst de stukken verzamelt vindt echter de fallus niet terug. Maar Isis, de toverrijke, voorziet hem van een nieuwe oprijzende fallus, en uit het zaad wordt het nieuwe leven, Horus, wedergeboren.

De Griekse Hermes, afgeleid van de Egyptische Thot, die we als een grenszuil met een gezicht zien afgebeeld, is tevens uitgerust met een opgerichte fallus. In Eros in Griekenland wijzen de schrijvers erop dat op de vele straathoeken in Athene grenspalen van Hermes stonden en de voorbijgangers de opgerichte penis aanraakten als een soort geluksbrenger.

Zoals een Egyptoloog ons ooit eens verzekerde, na een lezing die hij hield voor leden van de Vereniging Ex Oriënte Lux, is het Egyptische Ankkruis ofwel hengselkruis een artefact voor de fallus. Dit zou kloppen omdat het Egyptische kruis ook wel de sleutel tot het leven wordt genoemd. Het is opmerkelijk dat op vele Egyptische reliëfs het Ankteken wordt weergegeven.

Zelfs Hegel verwijst in zijn Over de Esthetiek naar een tekst uit Herodotus Historiën, boek II waarin wordt bericht over het Egyptische cultuurverschijnsel rond de fallusverering. Ook in Indië, Phrygië en Syrië werd in die vorm de sacrale verering der natuurkracht uitgebeeld. Er werden fallusprocessies gehouden ter ere van Dionysos/Osiris, waarin grote afbeeldingen van bewegende fallussen werden meegedragen. Voorop lopen fluitspelers en daarachter de vrouwen die Dionysosliederen zingen. Sommigen dansen en anderen tillen hun kleren op. Op de zuilen die de Egyptische farao Sesostris placht op te stellen komen in de inscripties ook afbeeldingen voor van vrouwelijke schaamdelen. In wezen verwijst dat, dunkt ons, naar de eenheid van het vrouwelijke en mannelijke geslacht zoals we ook reeds signaleerden in Hindoetempels. Hegel wijst namelijk ook op de metafoor van de fallische betekenis van tempelzuilen. In het verlengde daarvan zet de afgeleide symbolische betekenis zich herkenbaar voort in obelisken, kerktorens en minaretten. Zelfs de opgerichte grafstenen geven nog een verwijzing naar een sacraal filosofische denkwereld. Trouwens, het zijn de oude Grieken die gebeeldhouwde fallussen als grafmonument gebruikten.

De fallusverering heeft aanvankelijk alles te maken met de gedachte van de wederopstanding en het herboren worden van de natuur tijdens de loop van de seizoenwisselingen. De lentefeesten, waaraan het christelijke Paasfeest herinneringen oproept, staan in het teken van wederopstanding en herboren worden.

Uiteindelijk vindt in de Griekse mysteriën en filosofie, die zich uitkristalliseren in de aanvankelijk evangelische wijsheidsgedachten, een intellectualisering plaats van het animistisch symbolische denken. Een neerslag daarvan zien wij in de christelijke paasviering waarin het lijden, het sterven en de opstanding van de Jezus Christusfiguur metaforisch wordt getekend. De kerkelijke historisering van dit dichterlijk verhaal tot een feitelijke gebeurtenis berust op een vervalst wereldbeeld en wel een dat door de eeuwen heen de goegemeente doet dwalen.

Want het wijsgerige denken staat in het teken van het ontwaken van de geest via de Logos ofwel logica, zoals feitelijk in het Johannes Evangelie wordt aangegeven: Het woord (Logos) is vleesgeworden. Het is tevens een aanvulling of een verdere ontwikkeling op de bovengenoemde zogenaamd heidense feesten waarin het opnieuw ontwaken van de natuur wordt gevierd en begrepen. De lijn van de wedergeboorte wordt nu doorgetrokken in het herboren worden vanuit de spirituele geest. De mythologische gedachtewereld, die aanvankelijk wortelt in een animistische gevoelswereld, ofwel de bezielde natuur, loopt uit in het abstraheren van zowel de oosterse als de westerse filosofie. Het westerse denken vindt in het hegeliaanse denken haar hoogtepunt.

Beeldsignaal

Een echo uit het verleden komt tot uitdrukking tijdens de Renaissance periode omstreeks 1475-1550. Er is sprake van een wedergeboorte, geïnspireerd op de cultuur en het denken van de klassieke oudheid. Verrassenderwijs wordt op schilderijen de gekruisigde Jezus-Christusfiguur naakt afgebeeld met een opgerichte fallus. Indachtig het Ankkruis is niet uit te sluiten, lijkt ons, dat het christelijke kruis eveneens een verbeelding van de fallus is. De opstandingsgedachte en derhalve de wedergeboorte is dan in feite tweevoudig geaccentueerd: kruis en fallus. Zoals wij begrijpen wordt door de verbeelding van de onsterfelijke waarheid de intellectualisering van de opstandingsgedachte als beeldsignaal weergegeven.

Het Engelstalige boek The Sexuality of Christ in Renaissance Art and in Modern Oblivion door Leo Steinberg (The University of Chicago Press 1996) is onder andere gewijd aan dit fallus-thema en naaktheid van het Christuskind. Evenzo aan de gekruisigde en dode Christus met een opgericht lid. Het boek is verlucht met 300 illustraties die aan duidelijkheid niets te raden overlaten. De schrijver spreekt van: "De imitatie van de antieke kunstbeleving", in verband met de relatie tussen woord en beeld. Volgens hem valt het op dat in de uitbeelding de nadruk wordt gelegd op de genitalïen. Het tonen van het geslacht, de ostentatio genitalium, symboliseert de incarnatie. Met andere woorden: er is sprake van de vleeswording van het goddelijk woord waarop wij al hebben gewezen. De schrijver gaat niet zover om onze conclusie te trekken dat er sprake zou zijn van de intellectualisering van de geestelijke wedergeboorte en opstandingsgedachte. Toch verwijst hij naar Michelangelo's beeld van de volledig naakte Verrezen Christus, zij het zonder erectie, dat ons inziens de opstanding en wedergeboorte symboliseert.

Na de Concilies van Trente (1545-1563), die reageerden op Luthers reformatie, volgt de preutse reactie van de Contrareformatie. De in 1540 opgerichte jezuïtenorde speelt daarin een dubbelhartige kwalijke rol. D­oor de kerkelijke moraalridders worden in de retouche-ateliers de fallussen overschilderd met lendendoeken. Maar desondanks kunnen die de geërigeerde fallussen niet echt verhullen. Verwijzen we verder naar de Griekse marmeren naakte beelden waarbij, inzoverre de kerkelijke invloed in de musea's reikt, de geslachtsdelen door kunstmatige vijgenbladeren worden afgedekt.

Priapos, zinnebeeld van het nieuwe leven en seksualiteit, is zelfs door de kerk gedegradeerd tot de gestalte van de duivel, die slechts het zondige zou beogen. Lustgevoelens worden afgewezen, wat onder andere tot uitdrukking komt in het opgelegde celibaat dat de geestelijkheid ten deel valt. Uit het dagelijkse gebeuren blijkt dat dit feitelijk, gezien de vele overtredingen waarover in de media wordt bericht, berust op een onzinnige eis. Vanuit het kerkelijk lustvijandige beginsel is de seksualiteit er slechts ten behoeve van de voortplanting.

De Rotterdamse filosoof Jan Börger heeft onder andere in zijn cursus Sexualiteit (1933-1934) erop gewezen dat seksualiteit ook een spirituele kant heeft. Vandaar dat de seksualiteit tevens in het teken staat van de levenskunst. Conceptie geeft zowel lichamelijk als geestelijk inhoud aan het leven. Uit het conceptuele spirituele denken wordt de waarheid geboren. In de filosofische en culturele context staat de hooggeroemde liefde dan ook in het teken der tegendelen, zowel naar lichaam als naar geest. Wie die kan verenigen is een levenskunstenaar(es). In de ware kunst wordt het zijn ofwel het wezen van het moment artistiek verbeeld. We denken hier in het bijzonder aan de muziek, daarin komt bij uitstek de eenheid der tegendelen in de akkoorden en de harmonie tot uitdrukking. De klassieke muziek kenmerkt zich door het tijdloze verwijlen. Het is Hegel (1770-1831) die ver voor Freud (1856-1939) in zijn Over de Esthetiek er op heeft gewezen dat kunst 'getemperde begeerte' ofwel gesublimeerde seksualiteit is.

Grote Moeder

De Venus van Willendorf, een beeldje van ruim 30.000 jaar oud, verwijst naar een cultuurperiode waarin de vrouw als de Al-Moeder en het vruchtbaarheidsbeginsel, wordt begrepen. Zo zijn er op het eiland Malta archeologische vondsten die getuigen van wat ook wel de cultuur van de Grote Moeder wordt genoemd. Te wijzen is op een opgraving van de waarschijnlijk oorspronkelijk half ondergronds gebouwde Tarxientempel of heiligdom. Deze is ommuurd en afgedekt door niet te tillen zware rotsstenen. Aan de ingang staat nog het onderste gedeelte van een zeer groot beeldhouwwerk. Het betreft een weergave van een dikke vrouwenfiguur waarvan het omvangrijke onderlijf en de benen zijn overgebleven. Er zijn ter plekke ook fallische artefacten gevonden. Het gehele complex duidt op een plaats waar men intrad in Moeder Aarde om, zoals andere gegevens uitwijzen, een vorm van katharsis (zuivering) te ondergaan. De rituele handelingen ofwel mysteriebelevingen, wijzen ook op een sacrale wedergeboorte door de reiniging van de geest, welke in de evangelische gedachtewereld haar beslag krijgt.

We wezen al op de obelisken, kerktorens en minaretten. Uit een verwijzing naar hindoerituelen is te concluderen dat er nog steeds in de moderne wereld sprake is van het oude sacrale gedachtegoed. Torens en gebedshuizen zijn in feite de symbolen van de fallus, de vulva en de baarmoeder. Tijdens de kerkdiensten worden de gelovigen gesticht en als het ware spiritueel herboren, in zoverre te spreken is van een geestelijke conceptie.

De Islam echter trekt de lijn verder door in het banale naar een fictief hiernamaals. Aan de moslimman worden na een martelaarschap en heldendood 72 maagden beloofd die hem ten deel zullen vallen in een paradijselijk bordeel. Het patriarchische denken is hier onmiskenbaar dominant, namelijk toegespitst op mannelijke wensdromen. Hoe de vrouwen ofwel de houri's zich daarin kunnen vinden staat niet ter discussie.

Resumerende kunnen we stellen dat de fallus (als metafoor) en de logos (logisch denken), geplaatst in een filosofische context, de sleutels zijn die mogelijk de ontsluiting verschaffen tot beleving van de spirituele opstandingsgedachte. De mens die vanuit zijn bewustzijn en denken de eeuwige waarheid reflecteert komt toe aan de ware zingeving van het leven.

Tot slot: Volgens Spinoza komt de oneindig gedachten scheppende substantie, ofwel het onpersoonlijk goddelijke dat hij definieert als de Natuur, in de menselijke geest tot zelfbewustzijn. Hegel, als procesdenker, heeft deze gedachte magistraal uitgewerkt in zijn filosofie. De woordvoerders van De Ho­llandsche Radicale School rond 1900, zoals Allard Pierson, gebroeders Van den Bergh van Eysinga, Bolland en Jan Börger etc. hebben deze gedachte op het gebied van de Nederlandse filosofie verlevendigd. De tragiek is dat de tijdloze Christusfiguur, die staat voor de universele waarheid, nog dagelijks wordt gekruisigd.

Onverbeterlijke hedendaagse Intelligent Design (ID) aanhangers spreken aan­gaande de levensvormen van een ontwerp, een plan. Er zijn wetenschappers die betogen dat de evolutie berust op toeval. Beide 'scholen' geven er blijk van niet begrepen te hebben wat de eeuwigheid ofwel het aanvangsloze beginsel werkelijk betekent. Logisch gedacht ligt aan het aanvangsloze geen plan ten grondslag omdat het nooit begonnen is, hoewel het toch steeds weer opnieuw begint. Ook toeval is in dezen uitgesloten omdat alles wat er procesmatig volgens de natuurwetten gebeuren kan zich reeds oneindigmaal heeft herhaald. Spinoza heeft dat logisch beredeneerd en begrepen: "In de natuur is er niets toevallig." (Ethica eerste deel, stelling XXIX).

We hebben al eens gewezen op de hoogleraar Evolutionaire Paleobiologie Simon Conway Morris. Er is nu een boek van hem in vertaling verschenen: Hoe het leven de dingen regelt. Daarin betoogt hij dat "de mens de noodzakelijke uitkomst van de evolutie" voorspelbaar is. Met andere woorden: Ook met een planloze evolutie houden wij een sleutel tot het leven in onze handen.


Wim de Lobel Moerkapelle

Deze pagina's zijn gemaakt door
ibiz webdesign ©
contact@ibizweb.nl