Lezing Appelscha (bewerkt) Pinksteren 2000.

Kampeerterrein tot vrijheidsbezinning
Aekingaweg 1a, APPELSCHA.
toekomstwerkplaats appelscha
postbus 1338, 3500 BH Utrecht
Web : http://www.antenna.nl/bn/pl
Email : ngvs@dds.nl

SPIRITUEEL ANARCHISME *

Heelal-avontuur

In de wetenschappelijke wereld groeit het inzicht dat de evolutieleer, die de Engelse natuurvorser Charles Darwin (1809-1882) in de vorige eeuw ontwikkelde, ook van toepassing zou kunnen zijn op het onmetelijke interstellaire universum.

De astrofysicus Hubert Reeves wijst in zijn boek, De evolutie van het heelal, erop dat ook het kosmisch gebeuren berust op een evolutionair proces. Hij spreekt van een heelal-beleving die door de mensen wordt ervaren en noemt dat de grondslag voor een kosmisch bewustzijn. Zo staat het heelal-avontuur onder invloed van het door natuurkrachten verenigen van deeltjes en hun samenwerking. De geschiedenis van de kosmos noemt Reeves de geschiedenis van de structurering van de materie. Volgens hem is het zeer waarschijnlijk dat er miljoenen bewoonde planeten zijn bij de miljarden sterren van ons spiraalvormig melkwegstelsel. Dit stelsel waarin wij vertoeven maakt deel uit van weer miljarden andere spiraalnevels en stelsels in het universum. Reeves komt tot de volgende opmerkelijke uitspraak: "De mens is tot in zijn diepste wezen verwant met alles wat er in het heelal is; hij 'stamt af' van de primaat, de primaat van de cel, de cel van het molecuul, het molecuul van het atoom, het atoom van het quark."

We willen hierbij de opmerking plaatsen dat, wanneer de mens inderdaad de uitkomst is van een universeel proces, het dan moeilijk is vol te houden dat wij hier op onze planeet de enige mensen zouden zijn in het heelal. Ook de godsdienstige opvatting van een eenmalige schepping, spot met iedere vorm van gezond verstand en logica. Vanuit de eeuwigheid geredeneerd is een toevallige aanwezigheid van de mens in het heelal uitgesloten. De universele gang van zaken is namelijk aan haar eigen logische wetten onderhevig. Zoals ze in het verleden golden, gelden ze nu in het heden en zullen ze in de toekomst hun geldigheid behouden.

De Engelse hoogleraar in de theoretische natuurkunde Paul Davies oppert in zijn boek Blauwdruk van de kosmos een opmerkelijke theorie. Hij stelt namelijk dat: "Materie en energie van nature een neiging hebben tot zelforganisatie." Ook wijst hij op: "het bestaan van logische organiserende principes." Verder constateert hij dat het creatieve heelal zijn eigen zelfbewustzijn organiseert.

Hier vinden de hegeliaanse filosofie en de wetenschap elkaar. Vanuit deze wederzijdse erkenning is logisch gedacht, op een gemeenschappelijk inzicht te wijzen. Namelijk dat in het heelal zich steeds wéér het zelforganiserende dus logische universele (bewustzijns)proces afspeelt. Aangaande de universele zelforganisatie is te stellen, dat er in beginsel sprake is van het anarchistisch principe van zelfwerkzaamheid. Deze stelling willen we verder uitwerken.

Eeuwige kringloop

Met ons uitgangspunt 'het Spiritueel Anarchisme' willen we niet de verwarring stichten dat we allerlei New Age-gedachten zouden huldigen. Want op dat onbegaanbare terrein van een veelal fantasiewereld kunnen we door de vele bomen het bos niet meer zien. Vanuit onze visie plaatsen we spiritualiteit in de context van de bewustzijnsfilosofie. Dat wil zeggen een filosofie die zich bezighoudt met de betekenis van mens en wereld.

De eeuwige kringloop van universeel kosmische processen levert uiteindelijk de mens op. Het kenmerk van de mens is het denken en zijn bewustzijn dat zich in de loop van de geschiedenis ontwikkelt. In de dagelijkse gang van gebeurtenissen manifesteren zich dan ook religieuze, culturele, wetenschappelijke en filosofische denkbeelden: De mens leeft niet bij brood alleen.

Een van de kenmerken van het door denkende bewustzijn is dat het de universele werkelijkheid ofwel het heelal als verschijnsel gewaar wordt en door kennisverwerving inhoudelijk weerspiegelt. Trouwens, zonder bewustzijn zou het heelal of de kosmos, en de mens zelf, geen klankbord hebben. Middels het denken en bewustzijn vindt er een doorvorsing plaats van de wereld en het heelal en de rol die de mens daarin speelt. Enerzijds zoekt de mens naar de grond der dingen, het zijn, anderzijds tracht hij logische conclusies te trekken.

Tevens willen we er op wijzen dat wat procesmatig in beginsel en aanleg aanwezig is, aan het 'einde' van het proces voor de dag komt. Als voorbeeld kunnen we uitgaan van het zaad dat in vruchtbare bodem plant en boom, de knoppen, de bloesems en uiteindelijk de vruchten zal voortbrengen. De vruchten leveren uiteindelijk weer zaad op, en de cyclus kan zich weer herhalen. In deze eeuwige kringloopprocessen is er sprake van keer en wederkeer. Vanuit de doordenking van het bewustzijn is te stellen dat het oorzakelijk begin als gegeven, en de voleindiging als de voltooiing overzichtelijk samenvallen.

Zelfwerkzaamheid maakt vrij

Dit geeft aanleiding tot de gevolgtrekking, dat wanneer het heelal of de kosmos, in alle eeuwigheid de denkende mens voortbrengt, er tevens het anarchistisch principe van zelfwerkzaamheid wordt gerealiseerd. Dientengevolge vertegenwoordigt het anarchisme de volledige culturele ontwikkeling van de mensheid als daadwerkelijk zelfbewustzijn.

Want de universele werkelijkheid en de mens als bewustzijnswezen zijn in feite in elkaar verondersteld. Dat is de betekenis van de wetenschap en de filosofie. De mensheid is het moment waarin het universele gebeuren haar inhoudelijke waarheid prijsgeeft. De mens als individu is onderdeel van dit universele proces. Vandaar is in zekere zin te stellen dat de mens niet aan zijn wezenlijke zijn, ofwel bewustzijn, kan ontkomen. Wanneer de werkelijkheid en het werkelijk begrijpen samenvallen dan is er sprake van een universeel zelfbewustzijn. Het zelfbewustzijn berust op zelfwerkzaamheid van de geest. Spiritueel anarchisme berust op de zelfbevrijding vanuit de logische doordenking.

De mens is van nature een vragend wezen en, zoals de Griekse filosoof Plato (430-348) reeds opmerkte, wordt hij of zij gedreven door de verwondering. Mensen zijn ontvankelijk voor schoonheid en ontroering. In de beoefening van muziek, zang en dans is er sprake van ritme en harmonie. De mens is het kloppend hart en de weerspiegeling van het heelal.

Een andere menselijke eigenschap is dat hij of zij naar waarheid zoekt en de leugen slecht kan verdragen. De mens is onvermoeibaar bezig zich kennis te verwerven. Dat wil zeggen, dat de mens redenerend vanuit allerlei tegenstellingen naar verbanden zoekt die tot inzicht leiden. Van generatie op generatie vindt er een kennis- en vaardigheidsoverdracht plaats en die ook toeneemt en zich verder ontwikkelt. De mens is in wezen een exponent van de universele zelfwerkzaamheid. Vanuit deze vaststelling is moeilijk de (anarchistische?) leuze vol te houden dat het verrichten van arbeid in algemene zin zou berusten op misdaad. In feite is dit een kapitalistisch standpunt, want niet werken kan alleen op voorwaarde dat een ander wel werkt. We hebben het natuurlijk hier over zinvol werk.

Lichaam, geest en spirituele vrijheid

De Griekse wijsgeer Aristoteles (384-322) heeft een opmerkelijke uitspraak gedaan in zijn Metafysica namelijk: "Het denken dat over zichzelf nadenkt." Uitgaande van deze stelling zouden het denken en het bewustzijn deels een eigen leven leiden. De Duitse filosoof Hegel (1770- 1831) spreekt in deze van de list der rede, die zich in de loop van de geschiedenis speculatief/dialectisch ontwikkelt en ontvouwt.

Aansluitend hierop en in het kort samengevat betekent onze geschetste zienswijze dat het menselijk denkvermogen en het bewustzijn zich dialectisch verhouden tot het geheel. Mens en werkelijkheid berusten niet op een onoverkomelijke tegenstelling. Dat wil zeggen, de werkelijkheid ofwel de kosmos en de mens vormen een dialectische eenheid. Alles bestaat, naar zijn Griekse betekenis, uit atomen. In een bekend boek, de bijbel Genesis 3:20, staat: "Want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren."

De dialectiek realiseert zich in gedachtenprocessen en er is tevens ook sprake van een spirituele verhouding. Dat wil zeggen, het denkend bewustzijn veronderstelt het heelal en andersom is in het heelal het bewustzijn verondersteld.

Logisch gedacht zijn mens en heelal blijvend in elkaar verondersteld, of anders geformuleerd: de mens is de stoffelijke werkelijkheid anders, namelijk als geest. Lichaam en geest vormen de dialectische eenheid van een levende organische verhouding. De Griekse wijsgeer Democritos (geb. 460), een van de grondleggers van de atoomleer, zag geest als een etherische doorzichtige stof. In deze spreken wij nog steeds van een heldere geest en het doorzien van wetenschappelijke materie of problemen.

Wetenschappelijk staat vast dat de universele werkelijkheid berust op zelforganiserende processen, en deze zelfwerkzaamheid vinden we dus ook terug in de mens. Want zoals we al formuleerden: de mens en het heelal is dezelfde zaak anders, die berust op een dialectische eenheid. De uiterste mogelijkheid van het bewustzijn is het zelfbewustzijn. De weldenkende mens als werkelijk zelfbewustzijn, dus als zelfwerkzaamheid, bevrijdt zich uit zijn onwetendheid. Die mens is te benoemen als spiritueel anarchist.

De grondslag van het spiritueel anarchisme is een wetenschappelijke bewustzijnsfilosofie. Deze vorm van spiritualiteit dient dus onderhevig te zijn aan de norm van het logische denken en rationeel redeneren. Logica berust op een dwingend weten omdat er geredeneerd wordt vanuit causale- ofwel onderlinge verbanden. Hegel spreekt in deze van een onmiddellijk weten. Heel ons denken wordt beheerst door een redeneren vanuit tegenstellingen. Bijvoorbeeld: Licht/donker, hoog/laag, water/vuur, materie/energie, lichaam /geest, vrouw/man, recht/plicht, idealiteit/realiteit, leven/dood, enzovoorts. In deze en vele andere tegenstellingen is het één dialectisch in het andere verondersteld en andersom. Vanuit het inzicht is in de dialectiek sprake van een eenheid der tegendelen, die zich ontvouwt in een opeenvolging van dynamische gedachtenprocessen.

Beperkte maatschappelijke vrijheid

Daarentegen is het kenmerk van het gangbare dualistische denken dat het één het ander wil uitsluiten, dat wil zeggen dat er gedacht wordt vanuit eenzijdigheden. Hegel spreekt in deze van het ongelukkige en zichzelf splijtende bewustzijn. Zo zoeken we veelal de aangename dingen des levens, maar aan de onaangename kanten willen we ons onttrekken. Er is dan sprake van een vorm van egoïsme en willekeur. Dit is geen verwijt want zeer wel begrijpelijk, doch kan alleen op de voorwaarde dat de anderen de onaangenaamheden opknappen.

Zelfs Max Stirner (Johann Caspar Schmidt 1805-1856) heeft leergeld getrokken uit zijn aanvankelijke hegeliaanse studie, want het eenzijdig botte egoïsme zwakt hij af door te spreken van eigenheid. Ook Stirner heeft begrepen dat je willekeurige eenzijdigheden niet op de spits dient te drijven. In zijn boek De enige en zijn eigendom merkt hij op: "Weliswaar ontneemt de maatschappij, waartoe ik behoor, me menige vrijheid, doch daarvoor verschaft ze me weer andere vrijheden; ook heeft het geen betekenis, als ik mezelf de een of andere vrijheid ontzeg: bijvoorbeeld door een contract. Daarentegen wil ik ijverzuchtig aan mijn eigenheid houden." (pag.111-II). Aan deze stirneriaanse eigenheid kleeft geen bezwaar, want belangeloosheid op zich zou ook berusten op eenzijdigheid. Want het algemeen belang veronderstelt tevens een dosis eigenbelang. Bij de in het algemeen omstreden filosoof en Leidse hoogleraar Bolland (1854-1922) vonden we een interessante verwijzing naar Stirner, namelijk waar Stirner opmerkt: "Beperking van vrijheid is overal onafwendbaar, want men kan niet van alles loskomen." (pag.112-II). Bolland bestudeerde ook Proudhon (1809-1865) en Bakoenin (1814-1876). Beide anarchisten waren hegeliaans geschoold. Vooral Proudhon is door Bolland geprezen om diens dialectische redeneerkunst. Op verschillende plaatsen in zijn boek Zuivere Rede en hare werkelijkheid verwijst Bolland naar Proudhon en merkt daarbij op: "De taak der maatschappij bestaat in een onophoudelijke oplossing van haar tegenstrijdigheden, zegt Proudhon goed hegeliaans." Ook bij Kropotkin (1842-1921) komt de verzoening der tegenstellingen tot uitdrukking in zijn formulering van het wederkerig dienstbetoon.

Opvoeding en onderwijs

In het manuscript God en de Staat licht Bakoenin zijn vrijheidsopvatting toe. (Nagelaten werken pag.331). Vrijheid berust op solidariteit en respect voor de ander, want: "Ik ben zelf alleen vrij, voorzover ik de vrijheid en de menselijkheid erken van alle mensen die mij omringen." Deze uitspraak geeft wel aan, dat Bakounin de nadruk legt op de menselijkheid. Een menseneter noemt hij een dier en een slavenhouder een meester: dat zijn onmensen en verdienen geen respect. Daarbij doet Bakoenin nog een opmerkelijke uitspraak aangaande verstandelijke en zedelijk bevrijding. Hij zegt namelijk: "Zich verlossen van het juk van zijn eigen aard, - dat wil zeggen de neigingen en bewegingen van zijn lichaam ondergeschikt maken aan de leiding van zijn meer en meer ontwikkelde geest - is hem niet mogelijk zonder opvoeding en onderwijs."

Hoewel Bakoenin wel afstand had genomen van het hegeliaanse denken, blijft hij er toch dichbij staan. Want ook voor Hegel betekent bewustzijn de ontwikkeling van de menselijke geest, en is het uitgangspunt van zijn filosofie. In zijn Encyclopedie stelt Hegel: "Het rijk van de geest, dat is het rijk van de vrijheid." Dat wil zeggen: alleen het logische denken maakt vrij. Zelfbewustzijn ligt dus ten grondslag aan zelfbevrijding, en niet door het accent leggen op de driftmatige aard. Tevens wil Hegel zijn filosofie wetenschappelijk onderbouwen. In zijn Fenomenologie maakt hij in de inleiding de stellige opmerking, dat de mening uit de filosofie dient te verdwijnen. Alleen het logisch en redelijke denken is maatgevend. Een interessant kenmerk van de logica is dat die onpersoonlijk is. Natuurwetten of de fysica hebben voor iedereen dezelfde geldigheid en zijn onder andere de norm voor het wetenschappelijk onderwijs. Het logische denken heeft dus gezien haar algemene geldigheid een onpersoonlijk karakter, dat zich desalniettemin in individuen realiseert.

Waarheid

In de N.R.C. ontspon zich een discussie omtrent het waarheidscriterium naar aanleiding van een column van de natuurkundige Vincent Icke. Deze merkt in zijn antwoord het volgende op: "De waarheid is wat wij gemeen hebben. Een Aards-historische waarheid is ook een waarheid voor de wezens ter hoogte van de Grote Beer, hoewel die daarvoor misschien minder belangstelling zullen hebben dan voor de massa van het u-quark. Uiteraard ben ik van mening dat de natuurkunde een buitengewoon grote bijdrage heeft geleverd aan het vermeerderen van onze kennis."(03-06- 2000)

Dialectiek

Hegels gedachtenwereld berust op de dialectica, waarvan onder andere de Griekse wijsgeer Herakleitos (eind 6e eeuw v.o.j.) grondlegger is. "De strijd is de vader aller dingen", is een van zijn aforismen. Herakleitos spreekt ook van de Logos als een metafysische innerlijke zelfbestierende levenskracht en van de mogelijke harmonie der tegenstellingen.

De tegenstellingen die elkaar schijnbaar opheffen blijven echter wel in elkaar verondersteld. In deze spreekt Hegel enerzijds van wording en ontwikkeling en anderzijds van verzoening. Dialectiek berust dan ook op de kunst van het logisch redeneren. Zo maakt Hegel een onderscheid tussen het logisch redelijke denken en het verstandige denken dat veelal op meningen berust. Hij spreekt namelijk van een 'innerlijke ik'- dat is het redelijke denken - en die hij ook wel 'de ander' of 'het andere' noemt. Het filosoferen van Hegel berust op een innerlijke dialoog, dat is het denken dat bij zichzelf vertoeft en met zichzelf in het reine tracht te komen.

Over deze hegeliaanse zienswijze bestaat veel misverstand.

Zo was het Marx (1818-1883) die veel verwarring heeft gesticht met onder andere zijn elfde stelling over Feuerbach (1804-1872) namelijk: "De filosofen hebben de wereld alleen verschillend geïnterpreteerd; het komt er echter op aan, haar te veranderen." Marx had zeker het gelijk aan zijn kant toen hij het interpreteren kritiseerde. Zeker omdat veelal de interpretatie berust op standpunten die vooraf worden ingenomen vanuit individuele wensen en vooropgezette meningen. Vooral de idealisten zijn daar sterk in. Vanuit het wenselijke wordt een ideaal-'beeld' geconstrueerd dat beantwoordt aan hoopvolle verwachtingen. Wij kennen allemaal wel de uitspraak: De wens is de vader van de gedachte. Maar het realiseren van de mogelijkheden en het beantwoorden van de vragen die dienaangaande worden gesteld, kunnen pas achteraf worden bedacht vanuit de inzichten die men zich heeft verworven. Het marxisme is dan ook een omkering van het hegeliaanse denken. In zijn werk Het Kapitaal zegt Marx daarover: "Mijn dialectische methode is in de grond niet slechts onderscheiden van de hegeliaanse, maar lijnrecht aan haar tegenovergesteld." Marx plaatst hiermede de filosofie in een sociologische context. Marx's uitgangspunt is dat, het sociaal-economisch maatschappelijke zijn, veelal de ontwikkeling zou bepalen. Marx houdt dus een slag om zijn arm. Ook hij wist donders goed dat kunst en cultuur, wetenschap, religie en filosofie niet alleen vanuit de maatschappelijke omstandigheden zijn te begrijpen en te verklaren. Deels is natuurlijk waar dat de sociaal-economische en maatschappelijke verhoudingen veelal het denken van de gemiddelde mens bepalen. Doch het maatschappelijk zijn bepaalt zólang het bewustzijn, totdat en wanneer het bewustzijn en het redelijk denken het maatschappelijk zijn gaan bepalen. Dat is tevens de betekenis van het filosofisch en spiritueel anarchisme.

Hegel filosofeert vanuit het wetenschappelijk logische en redelijke denken en komt vandaaruit tot de doordenking van de verhouding van mens en werkelijkheid. Marx' verwijt ten aanzien van Hegel is ook niet terecht, want Hegel heeft bijvoorbeeld in zijn Rechtsfilosofie uitgebreide analyses gewijd aan maatschappelijke en sociale problemen. Wat Marx daarvan heeft opgestoken verzwijgt hij wijselijk. Hegel heeft in zijn analyse van de burgerlijke maatschappij, al gewezen op de groeiende kloof tussen rijk en arm. Die zijn namelijk het gevolg van de drijvende krachten van het egoïsme en materialisme. De kapitalistische en industriële maatschappij wordt gekenmerkt door een structurele armoede. Door arbeidsdeling en mechanisering neemt de productie wel toe, maar niet een dialectisch rechtvaardige verdeling van de welvaart. De creativiteit van het ambachtelijke zal verdwijnen. De accumulatie van rijkdom leidt tot politieke macht. Door de ver doorgevoerde specialisatie en opsplitsing van de arbeid ontstaat een noodlijdende klasse. Vervreemding leidt tot geestelijke en culturele ontworteling. Er is sprake van een zichzelf verscheurend en ongelukkig bewustzijn. In feite heeft Hegel aan de wieg gestaan van het tegenhangende marxistisch ideologische denken.

Gnostici en socialisten

We willen proberen een anarchistische visie te geven op het gebied van de bewustzijnsfilosofie. Als eerste willen we verwijzen naar een vondst van 52 teksten van apocriefe gnostische geschriften te Nag Hammadi in Egypte 1945. Dit zijn ook evangelische geschriften, maar die later door de opkomst van de Roomse kerk zijn verdonkeremaand. In de bijbel zijn ons slecht vier evangeliën overgeleverd. In de tijd van de joods-hellenistische filosoof Philo ( -20 - 50), die leefde rond onze jaartelling, is al een deel van die evangelische teksten ontstaan. Want bij Philo vinden we filosofisch/evangelische formuleringen. Op een merkwaardige zinsnede uit het Geheime Boek van Johannes, het gnostieke Apocryphon willen we hier wijzen. Daar lezen we namelijk: archè anarchos estin. Dit is te vertalen met eeuwige zelfwerkzaamheid. Hier is inderdaad duidelijk sprake van een oorspronkelijk wijsgerig anarchistisch principe dat berust op zelfwerkzaamheid.

Het spiritueel anarchistisch ontwikkelingsproces, dat in de eeuwigheid is gegrond, wordt reeds rond onze jaartelling als een gnostisch cultuurmoment manifest. De Rotterdamse filosoof Jan Börger (1888- 1965) noemt de gnostici de intellectuelen van de oudheid. De eerste vroege niet-kerkelijke christenen hadden niets op met het wereldse gedoe en leefden in eigen gestichte gemeenschappen. Zij verwierpen de vergoddelijking van het keizerlijk gezag en weigerden ter ere daarvan om wierook te branden. De historicus H.P.G. Quack (1834-1917) typeert, in zijn studie De Socialisten, de Essenen (de rechtvaardigen), die in afzondering leefden bij de Dode Zee in gemeenschap van goederen, als socialisten. Zij voorzagen in eigen levensonderhoud en waren eerder filosofisch georiënteerd dan godsdienstig. 's Morgens in de vroegte traden zij naar buiten en begroetten de opkomende onoverwinnelijke zon: Heil Sol Invictus! De zon zagen zij als symbool van het grondeloze licht waarin alles ontstaat en vergaat. De latijnse schrijver Plinius (ca.61-113) noemde de Essenen een eeuwig volk zonder geboorten. Hun 'voortplanting' bestond uit het doorgeven van gedachten en wijsheden. De Griekse wijsgeer Pythagoras (geb. -580) sprak in deze van het vertakken van gedachten. Ideeën ontwikkelen zich en leven voort in de tijd. In deze verwijst anarchisme dus ook naar een aristocratie van de geest.

De innerlijk rechtvaardige staat

Plato spreekt in zijn geschrift De Staat in deze van de volmaakt rechtvaardige mens. Ook over het denken van Plato bestaat veel misverstand. Zo wordt hem verweten dat hij een totalitaire Staat heeft beschreven. Maar reeds in 1919 heeft de toen miskende filosofe Carry van Bruggen (1881-1932) in haar boek Prometheus beschreven dat Plato zijn utopische Staat zelf heeft weerlegd. Utopieën zijn namelijk niet te verwezenlijken, doch zijn alleen bestrevenswaardig. De Staat is in een dialoogvorm geschreven, waarin Plato met diverse gesprekspartners van gedachten wisselt. Aan het slot van het negende boek merkt Plato in zijn discussie met Glauco op, dat de ideale Staat die wij in onze redeneringen hebben opgebouwd slechts bestaat in onze gedachten en die op aarde zeker niet te vinden is. Maar, wij dienen namelijk het oog te richten op onze eigen innerlijke 'staat'. Want de wijze zal zich slechts met zijn innerlijke harmonische staat en volstrekt met geen andere willen bemoeien. Met andere woorden zegt Plato hier dat wanneer niet eerst de innerlijke staat van de menselijke gesteldheid gerealiseerd is, het met de burgerlijke Staat niet in orde kan komen.

De filosoof Börger heeft dienaangaande opgemerkt dat, al is de heilstaat of een utopie niet te realiseren, dit ons niet dient te weerhouden om de samenleving zo verstandig mogelijk te organiseren. Anarchistische ideologen hebben daarover hun gedachten laten gaan. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) is er geëxperimenteerd met arbeidscollectieven en coöperaties. Helaas zijn deze pogingen door het Franco-regime in de kiem gesmoord. De lessen van de geschiedenis werden niet ter harte genomen. In een van zijn laatste intervieuws die Arthur Lehning gaf (uitgezonden door de VPRO) citeert hij naar zijn zeggen de grote denker Hegel. Die heeft namelijk gesteld: "Het enige wat de geschiedenis leert is, dat het volk en de Staat niets van de geschiedenis leren."

Mens en kosmos

Tot besluit vatten we het voorgaande in het kort samen. Vanuit zijn of haar bewustzijn weet de mens zich deel van het geheel. Eerst de mens die begrijpt, dus weet dat hij of zij exponent is van een universeel kosmisch proces, is vrij te noemen. Dan is er sprake van eenheid in verscheidenheid. We willen dit toelichten met een motto waarmee de Rotterdamse filosofe Ida Lamers-Versteeg haar doctoraalscriptie Wereldbeschouwing en het Onbegrensd Begrensde samenvattend opent, namelijk:

Eenheid zonder verschillen is zin zonder leven.
Verschillen zonder Eenheid is leven zonder zin
.

Mens en werkelijkheid, dat is de beschouwer en het beschouwde, berusten namelijk op een drie-eenheidsverhouding. Dit is het thema dat Ida Lamers in haar scriptie uitwerkt. Zij stelt: "Mens en kosmos zijn inniger verweven dan men ooit heeft willen toegeven." Want de kosmos behoort niet begrepen te worden als louter causaal werkend, maar dienen wij op te vatten als een fundamenteel organische eenheid. Dan is er tevens sprake van een ontologische ecologische samenhang tussen natuurvormen. Dit al is echter in tegenstelling met de gangbare antropocentrische godsdienst en causale wetenschap. Maar wanneer de wereldbeschouwing betreffende het 'Onbegrensd Begrensde' het gedrag van de beschouwer beïnvloedt dan is er sprake van een levende drie- eenheidsverhouding. Die schept geen morele plichten, doch een: "gedrag dat berust op de ratio of bewuste verhouding tot de zelfstandige eco- Logos, die Oorsprong, Middel en Doel is. "Het dualistische denken dat zich niet bewust is van deze logische drie-eenheidsverhouding: "veroorzaakt de illusie haar te kunnen splijten." De ethos van opgelegde plichten vormt geen uitgangspunt en wordt discutabel gesteld. Dit doet ons ook denken aan het eenzijdige fundamentele moralisme dat noodgedwongen een uitweg zoekt in de repressieve tolerantie. Tevens willen die moralisten zelf, in navolging van de evangelische Pilatus, hun handen wassen in onschuld. De repressieve tolerantie is door Marcuse (1898-1979) scherp en helder geanalyseerd in zijn boek De eendimensionale mens. Deze mens wordt door hem het verminkte individu genoemd. Want zoals hij concludeert, "de verbeelding zonder ratio beweegt zich in een vicieuze cirkel."

Daarentegen kunnen we de levende drie-eenheidsverhouding, die Ida Lamers beschrijft, in een speculatief dialectische context plaatsen. Die verhouding geeft, gezien naar de hegeliaanse geest, inhoud aan het rijk van de vrijheid. Dat is de vrijheid vanuit zelfbewustwording en zelfverwerkelijking naar zijn spiritueel anarchistische betekenis. Eenheid in verscheidenheid dat is de liefde, begrepen in de ruimere betekenis van het woord. Sexualiteit betekent meer dan alleen maar lustbevrediging. Sexualiteit is pas vrij wanneer er sprake is van liefde. De liefde die tevens de zingeving van het leven is en geen mens onverschillig laat.

Wim de Lobel Moerkapelle juni 2000

* De lezing is deels gelicht uit onze bundel van verzamelde teksten onder de titel: Spiritueel Anarchisme en de orde van de zelfbeteugeling

Deze pagina's zijn gemaakt door
ibiz webdesign ©
ibiz@barakken.nl